Zeilwedstrijd voor charterschepen
Gastenboek
Waddenrace 2008 met de
Bruinvisch
Na afgelopen jaar met
de tjalk ‘De Horizon’ meegevaren te hebben, heb ik dit jaar samen
met mijn vriendin en een collega geboekt op de Friese dektjalk
‘Bruinvisch’ van Cees Dekker. Dit schip van ruim 23 meter heeft
model gestaan voor de in 2005 gebouwde ‘De Horizon’. Twee
soortgelijke schepen met een leeftijdsverschil van slechts 102 jaar.
Aan boord is direct duidelijk dat dit schip gebouwd is voor de
vrachtvaart en pas later geschikt gemaakt is voor de chartervaart;
geen riante deksalon met CV en een echte zeilkuip met stuurwiel, wel
een gezellig leefruim met houtkachel en een vlak achterdek met alle
ruimte voor een helmhout. Toch komen volgens de schipper de
zeileigenschappen overeen.
Vrijdagavond rond
21:00 arriveren we in Harlingen. De ‘Bruinvisch’ ligt niet tussen de
andere deelnemende schepen aan de Waddenrace, maar twee bruggen
verderop, op zijn vaste ligplaats in het centrum van Harlingen. Rond
22:00 zijn alle bemanningsleden en opstappers aanwezig; naast de
normale bemanning (schipper Cees, maat Bart) zijn er een 2e
schipper (Hans), twee extra maten (Marit en Sebas) en kok (Jeroen)
aan boord. Samen met een diverse pluimage opstappers, van
modeontwerpsters tot loonwerkers, zijn we met totaal 17 mensen. Aan
de grote tafel in het ruim wordt iedereen die iets van zeilen en de
Waddenzee weet of denkt te weten betrokken in de discussie over de
te volgen route. Eerst naar de eilanden, dat is al gauw duidelijk,
maar Vlieland of Terschelling? Uiteindelijk besluiten we te proberen
eerst door de Slenk naar Terschelling te gaan en dan daar via het
Schuitengat weer weg richting Vlieland. Dat moet allemaal net passen
met het tij. De rest van de route spreekt dan eigenlijk voor zich:
Den Oever, Oudeschild, Harlingen.
Zaterdagmorgen even
voor half acht begint het hele schip te trillen en breekt een
behoorlijk kabaal los. Cees heeft de eencilinder Kromhout gestart om
door de bruggen de haven uit te varen. Om kwart voor acht liggen we
aan het remmingwerk voorbij de 2e brug.
We
hebben uitzicht op de rest van de deelnemende schepen, die één voor
één losmaken om als eerste te starten. Wij concentreren ons echter
eerst nog even op het klaarleggen van het gaffeltopzeil; de start en
het eerste stuk langs de Pollendam is, met een matige oostenwind,
een vrijwel voordewindse koers.
We starten
uiteindelijk als 14e, maar als enige met gaffeltopzeil.
Ook op andere schepen worden de extra driehoekjes nu gehesen. Even
is er discussie over het wel of niet voeren van het waterzeil; het
beperkt het zicht en de mogelijkheid snel te gijpen. Het wordt
echter wel onder de giek geknoopt. Al snel lopen we de Texelstroom
voorbij, gevolgd door de Spes Mea en de Anna Trijntje.
Het gaat
goed, we zien de kop van het veld wel iets bij ons vandaan lopen,
maar we houden ook steeds meer schepen achter ons.
 Totdat
we door de Slenk zijn… We moeten een paar slagen kruisen om bij de
haven van Terschelling te komen, en dan buigt de ijzeren goot,
waarmee de schoothoek op de giek vast zit, open. Het grootzeil
klappert en de hoek met daaraan nog een stuk ijzer vliegt in het
rond. “Zeil neer” brult Cees. Wanneer alles aan dek ligt kunnen we
het onderlijk met een harp op het uiteinde van de giek vastzetten.
Verstellen is er niet meer bij maar we kunnen, met een half uur
vertraging, verder. Pas later, na de finish, bedenken we ons dat een
rif zetten en pas in de haven repareren wellicht een betere optie
was… Snel zeilen we de haven van Terschelling binnen, waar het nog
even spannend is omdat het grootzeil om de een of andere reden niet
naar beneden wil. We zetten snel onze loper af en draaien dan het
schip. Om 12:10, nadat de loper weer aan boord is, gaat het richting
Schuitengat. Of eigenlijk is Schuitengeultje een betere benaming;
van het gat is weinig meer over dan een wat dieper stuk op de
zandplaat. Twee keer raken we de grond, maar gelukkig lopen we niet
echt vast. Daarna gaat het in dieper water richting Vlieland. Met
ruime wind een prachtig stukje zeilen. We komen nu ook de hele
kopgroep van de race tegen, die al op Vlieland geweest is.
In de
verte zien we de Voorwaarts en de Waterwolf al ruimschoots op weg
naar Texel.
Bij het aandoen van de
haven van Vlieland lukt het bijna om de Anna Trijntje opnieuw in te
halen, maar doordat een van de landvasten niet van een bolder op de
kade wil, verspelen we kostbare seconden. Na het verlaten van de
haven halen we ze toch vrij snel in doordat ze wat moeite hebben de
zeilen te hijsen.
We kruisen om de
Richel heen. De Bruinvisch krijgt hier flinke klappen. Golf na golf
dreunt het hele schip. Na de Richel gerond te hebben kunnen we
afvallen en met ruime wind door de Vliestroom en het Inschot.
Hier besluit ik even
een paar uur te gaan slapen. (ruime wind dus weinig helling, tussen
de platen door bij laag water, dus ook weinig golven; dat slaapt
lekker.) Het is rond half twee en tot het rond zes uur donker
wordt, kunnen ze boven aan dek wel wat mensen missen. Komende nacht
zal het boven koud worden en er is ook nog regen voorspeld.
Tegen half zes ben ik
weer boven. We zijn twee keer bijna vastgelopen, verder heb ik niet
zo heel veel gemist. Nog een keer raken we de bodem, omdat we net
iets te snel richting Afsluitdijk sturen. Maar ja, het blijft toch
een wedstrijd en op deze manier kunnen we de Spes Mea voor de tweede
keer vandaag inhalen. Richting Den Oever mag ik even sturen. Na
aanvankelijk nog wat te slingeren wordt mijn koers steeds rechter.
Dit is wel even wat anders dan het stuurwiel met hydraulische
overbrenging van vorig jaar. Veel zwaarder, maar wel met meer
gevoel. Voor een, op zulke grote schepen, onervaren stuurman wel
makkelijker om te leren.
Het laatste stukje
varen we parallel aan de Afsluitdijk om om 18:45 Den Oever binnen te
lopen. Het is er druk. Veertien van de zestien deelnemende schepen
bezoeken Den Oever tussen 18:15 en 19:22; dat is gemiddeld minder
dan vijf minuten verschil per schip. Hiervan zijn er vier nog niet
in Oudeschild geweest.Voor toeschouwers een prachtig schouwspel. Als
eerste zien we de Voorwaarts, op de voet gevolgd door de Waterwolf,
richting Harlingen zeilen. De afstand tussen deze twee schepen is de
hele wedstrijd al niet meer dan 200 meter. Cees vertelt dat de
schipper van de Voorwaarts Peter heet. Het lijkt dus wel het
sprookje van Peter en de (Water)wolf.
Wij steken een rif in
het grootzeil en zetten koers naar Oudeschild. Tot de havenhoofden
houden we de motor bij. De Kromhout draait vol gas en een straal
vonken waait uit de uitlaat. In het ‘Vaarwater over de Bollen’
zoeken we met schijnwerpers naar de boeien. We zien er geen… Eenmaal
achter de beschutting van de plaat vandaan staan er in de
Texelstroom behoorlijke golven. Zo hoog zelfs dat de Bruinvisch twee
keer gigantisch uit het roer loopt. We vallen een behoorlijk stuk
binnen de wind. Gelukkig net niet ver genoeg om een klapgijp te
krijgen. Cees wordt van het achterdek gezwiept en hangt even aan het
helmhout half boven zee. We zijn maar met een man of zeven aan dek.
Eigenlijk te weinig in deze omstandigheden, maar voordat er
versterking aan dek is hebben we het ergste gehad. Om 20:30 lopen we
Oudeschild binnen. De Najade is daar dan net weg. We maken een grove
planning voor de rest van de nacht. Daaruit blijkt dat we op zijn
vroegst rond vier uur in Harlingen zullen zijn. Het vooruitzicht
tegen windkracht 6 en stroom in te kruisen op de Texelstroom is niet
echt aanlokkelijk. Bovendien hebben we te weinig mensen die het
schip goed kennen aan boord om met deze wind in het donker snel te
kunnen kruisen. De Bruinvisch heeft geen plotter of radar, zodat het
navigeren volledig op zicht moet gebeuren. We besluiten onze vier
uur verplichte rust in Oudeschild te nemen, in de hoop dat de wind
wat afneemt. Om half één mogen we weer verder maar dan staat de eb
vol naar buiten en zullen we met moeite de stroom dood kunnen varen.
Rond vier uur is de kentering en krijgen we stroom mee richting
Harlingen. Ook zal de wind volgens de berichten afnemen en naar het
Zuiden draaien. We besluiten tussen vier en vijf het weer te
beoordelen. Iedereen gaat naar zijn kooi.

Om vier uur waait het
nog net zo hard uit het Noordoosten; Cees ziet het niet zitten om
met deze wind en bemanning de haven van Oudeschild te verlaten. We
gaan dus nog maar even slapen. Tegen 7:30 uur ontbijten we
uitgebreid…. Later horen we dat de Spes Mea om negen uur vertrokken
is uit Oudeschild en om half twee in windkracht zes voor anker is
gegaan bij de Javaruggen omdat ze helemaal niets meer verder kwamen.
Geen slechte keus van onze schipper dus.
De wind neemt intussen
snel af. Het rif kan uit het zeil en we kruisen de haven uit
richting Harlingen. Iedereen geniet van het opkomen van de zon en de
rust op het water op deze Novemberzondag. Het zicht wordt langzaam
minder tot nog maar een paar honderd meter rond het schip. De
misthoorn komt boven dek en een van de opstappers moet iedere paar
minuten aan de hoorn draaien. Sinds kort is het op het wad verboden
in de mist te varen zonder radar aan boord. Ankeren buiten een geul
is wat de politie voorschrijft. Maar we zitten in een goed betonde
geul en hebben wel een GPS (je). Het logboek wordt plotseling erg
belangrijk. Werd er eerder zo af en toe een belangrijke boei of
manoeuvre opgeschreven, nu noteren we bij iedere boei de tijd, de
koers en de snelheid. Zo kunnen we tot op anderhalve minuut
nauwkeurig uitrekenen wanneer de volgende boei zichtbaar moet zijn.
Het klopt ook nog! Na nog een paar slagen horen we auto’s op de
Afsluitdijk. In een gat in de mist zien we hem ook. We kruipen dicht
onder de dijk en varen parallel aan de dijk naar het Noordoosten.
Bij de spuisluizen aan het eind van de dijk varen we door de
scheiding tussen zoet en zout water. Aan een streep schuim kun je
precies zien waar hij loopt. Het zicht loopt op en de zon komt zelfs
weer door. Wel valt de wind vrijwel weg en draait, wel wat laat,
zoals voorspeld naar Zuid. Zo genieten we van het laatste uurtje
ruime wind richting Harlingen. Om acht over één lopen we Harlingen
binnen. Één na laatste, maar wel zonder noemenswaardige schade en
lekker uitgerust..
Volgend jaar
weer.. Groeten Job |